Zes zinnen – Anton Ent

Zes zinnen – Anton Ent

14-11-2008

Zes zinnen - Anton Ent

Zes zinnen, zo heet het gehele gedicht. Het is van Anton Ent en staat in zijn bundel Ode aan de Ooievaar uit 2003. Hij behandelt in dat gedicht de menselijke zintuigen. In zijn volgorde zijn dat: gehoor, smaak, zicht, tast en reuk. De zesde zin verwijst niet naar een zesde zintuig, maar naar zingeving. Dat typeert Anton Ent. Hij speelt graag met taal. Zijn gedichten hebben vaak een religieuze of mystieke dimensie, terwijl ze tegelijkertijd heel concrete, aardse en rationele onderwerpen aansnijden. Ent pendelt voortdurend tussen het rationele en het ‘hogere’. Dat zien we goed terug in zijn 150 gedichten die gebaseerd zijn op de bijbelse psalmen. Deze gedichten verschenen in Hervormd Nederland in de jaren ’90. In 2007 zijn ze in herziene versie opnieuw uitgegeven onder de titel “De man van twee wegen”.
Anton Ent is het pseudoniem van Henk van der Ent (1939). Hij komt uit Rotterdam, studeerde Nederlands en heeft inmiddels 14 dichtbundels uitgebracht. Overigens heeft hij ook een ander pseudoniem, namelijk Marieke Jonkman. Onder die naam publiceerde hij nog eens vier dichtbundels. De gedichten van zijn feminiene alter ego hebben een ander karakter dan die van Anton Ent. Ze zijn meer ironisch en sarcastisch, en gaan over hardere thema’s als haat en zelfmoord.
Hieronder het vijfde onderdeel van het gedicht Zes zinnen. Dit fragment vond ik in de bollenpoëziecollectie van de Zwarte Tulp. Het gaat over de reuk, over de geur. En jawel, de hyacint wordt hier als eerste genoemd.
ZIN VIJF

De geur van hyacint, zei je, seringen
of eigenlijk jasmijn. Een prikkelend parfum.
We lachten om dit wisselend boeket
omdat we wilden huilen. We wisten
dat de vorst odeur versnijden zou
tot hersenschim en vlagen wind.
Wat zie ik naar de lente uit. Ik zal
vooroverbuigen diep inhaleren
en jou in bloesemgeur aanwezig ruiken.